maandag 30 december 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 47

De broodnodige rust en ruimte, ze zijn voor een moment overvloedig aanwezig. Hij staart door zijn verrekijker over het water van de Waddenzee. Onbeweeglijk, tot er weer iets voorbij schiet dat op een tureluur lijkt. Dat stille genieten, met de rug naar mij toe, geeft rust. Even kan ik hem overlaten aan het niets. Ik luister naar de watervogels; hoe de geluiden aangenaam bij mij binnenkomen. Niets mooiers op deze wereld dan die prachtige klanken die zij gezamenlijk voortbrengen. Zo’n moment kunnen stilzetten; het zou een leven lang moeten duren.

©jvs

woensdag 11 december 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 46

Het brandt. Het fikt goed. Ik moet me bedwingen. In andere tijden was ik gewapend met fotocamera en kladblok de nacht in gerend. Als het moest klom ik er zelfs mijn bed voor uit om de commandant van het blusteam aan de tand te voelen en de spuitgasten in de weg te lopen tot ik het naadje van de kous te pakken had. Voor de krant, hè.
Nu dacht ik: “Jullie liever dan ik. Een beetje voor een fik de koude nacht in.”
Binnen was het warm, de binnenbrand was hier al een uurtje of wat eerder geblust toen hij op het hoogtepunt van het kookwerk het instrumentarium kwijt was. Ach ja, een schijf van de keukenmachine lijkt ook verdomd veel op de pannendeksels. Dat je daar niet eerder aan hebt gedacht.

©jvs

dinsdag 3 december 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 45

Voor iedereen die vindt dat de dingen zo horen, omdat ze nou eenmaal zo horen, omdat iedereen – nou bijna iedereen – vindt dat ze zo horen, 435 van Emily Dickinson. Omdat het best ook wel eens anders kan:

Much Madness is devinest Sence –
To a discerning Eye –
Much Sense – the starkest Madness –
‘Tis the Majority
In this, as All, prevail –
Assent – and you are sane –
Demur – you’re straightway dangerous –
And handled with a Chain –

Veel waanzin is de hoogste Rede –
Voor een scherpzinnig Oog –
Veel Rede – pure Waanzin –
Het is de Meerderheid
Hierin, zoals in Alles, die het haalt –
Beaam – en je bent redelijk –
Maak je bezwaar – je bent gevaar meteen –
En krijgt een Ketting aan je been –


(Uit: De mooiste van De mooiste van – vert. Ivo van Strijtem)

woensdag 27 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 44

Daar zag ik hem staan, op de Oude Gracht. Een oudere man, een tas boodschappen naast zich op de grond, kijkend naar de kruinen van de bomen. Hoe de bladeren geel kleurden en de wind er zachtjes tegenaan tikte. Een jongeman stapte op hem af met de woorden: “Hé Guus, hoe is het met je verdriet?”
“Ja, dat gaat nogal!”, kwam het antwoord zonder spoor van somberheid.
Daarna ging het gesprek over het weer; hoe goed dat nog was, hoe mooi de kleuren in het blad oplichtten.
Mooi gesprek daar op de gracht. Gewoon even ernaar vragen en dan weer verder leven, als of er toch iets aan de hand is. Erkenning in optima forma.

©jvs

zondag 24 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 43

In september (nr 29) schreef ik over beeldvorming. Vandaag las ik Montaigne’s essay over roem. Wat hij schrijft komt zo heerlijk overeen: “Wie de adel leert dapper te zijn uitsluitend om de eer, alsof een daad die niet geëerd wordt, niet moedig kan zijn, leert de edellieden toch alleen maar zichzelf nooit in de waagschaal te stellen als ze niet gezien worden, en er goed op te letten of er getuigen zijn die over hun prestatie kunnen berichten, terwijl zich talloos veel gelegenheden voordoen om goed te handelen zonder dat dit kan worden opgemerkt? [...]”
Mijn voeten beginnen worstel te schieten op de plek waar ik het meeste thuishoor.

©jvs

dinsdag 19 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 42

Ons huis hing vol briefjes die menig bezoeker uitnodigde tot hardop voorlezen. ‘Vergeet je sleutels niet.’ ‘Gas uit!’ ‘Bonnetjes.’ ‘Pillen slikken.’ ‘Sloffen.’ En meer van dat proza. De meeste handelingen zijn inmiddels aardig ingeslepen; ze gebeuren mits de dag in de juiste volgorde verloopt. De briefjes zijn verkleurd, verscheurd en weggegooid. Een bundeltje briefjes blijft halsstarrig op de keukentafel liggen. Voor het incidentele geval. Ze mogen nooit weg, hoe verstoft ze ook zijn. Ze zijn het enige hulpmiddel. Al het andere is uitgeprobeerd en als niet werkend verworpen. Ze doen me denken aan het begin, toen wij samen jong en springerig waren. Hij werkte overdag, ik ’s avonds. Bij gebrek aan myspace houd je er dan een briefjesrelatie op na. Mooi thuiskomen zo, met een liefdesverklaring op je keukentafel.

©jvs

woensdag 13 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 41

Er zijn weinig mannen die, als je ze vraagt waar ze hun portemonnee hebben gelegd, zullen antwoorden: “Bij het grofvuil.” Hij zegt het en ik word er erg vrolijk van.

©jvs

zondag 10 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 40

Wat doorraast is het ongrijpbare. Ernaar reiken is zoveel als proberen het onmogelijke mogelijk te maken in het besef dat het onzin is. Zonde van de tijd. Er vliegen al zo veel vogels, er dansen al zoveel muizen op tafel als de kat aan het wandelen is. Ernaar kijken is goed genoeg.

©jvs

dinsdag 5 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 39

De zon streek laag over de snelweg toen we de brug passeerden. Zijn stralen vielen als een flikkerend licht tussen de spijlen van de boog in zijn ogen. Dat kwam bij hem binnen als een discolamp op knipperstand. Hij hield het stuur krampachtig beet en kneep zijn ogenleden samen. “Heb je er erg last van?”, vroeg ik.
“Ach”, zei hij, “ik rijd wel een stukje met mijn ogen dicht.”
Hij is altijd zo oplossingsgericht.

©jvs

maandag 21 oktober 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 38

De deuren in huis vallen net iets te hard in het slot; de kopjes, de bordjes kletteren juist iets steviger tegen elkaar. Zo bootst hij de lokroep van de keuken na. Hij wil me weer even bij zich. Zo subtiel. Hij weet dat het werkt; ik inmiddels ook.

©jvs

zaterdag 19 oktober 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 37

Die ontkenning volgt instinctief op mijn verzuchting, mijn zoektocht naar lucht en ruimte. Die ontkenning is de onmiddellijke afstraffing hiervan. Daar sta je dan, nog steeds alleen in een wereld vol mensen. De handen leeg en gebonden. Een diepe zucht en dan op weg naar de volgende horde. Wat voel ik mij toch verschrikkelijk rijk. Jammer dat wat ik ervan wil delen op schrale gronden valt.

©jvs

zondag 13 oktober 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 36

Die keer bracht een zorgmevrouw voor het voetlicht waar het aan schort en waar bijna geen levende ziel aan wil denken. Zij hoort soms: “Het is beter iemand aan de dood te verliezen dan aan het leven”, of “Ik ben alleen zonder alleen te zijn”, of “Hoe kun je rouwen om een levende.”
Ik houd het graag op chronische rouw. Beter wordt het niet; wel absurdistischer.

©jvs

maandag 7 oktober 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 35

Toen de mevrouw van het bureau aan de keukentafel vaststelde dat ze ernstig schrok van onze staat van ontreddering, realiseerde ik me de waanzin pas ten volle. Gepaste stilte volgde; de keukentafel werd steun en toeverlaat. Was deze weide, dan was die groen.

©jvs

woensdag 2 oktober 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 34

– Denk jij dat de tafel echt helemaal is gedekt?
Ik vroeg het hem omdat hij aan zijn lunch was begonnen, nadat hij mij eerder had weggestuurd. Hij had geen hulp nodig bij het tafeldekken. Voor zijn gevoel stond alles klaar.
– Kijk nog eens goed?
Hij telde de spullen op tafel. Bij vijf was hij klaar. Hij telde nog eens; hij moest op zeven uitkomen. Nu hij in de gaten had dat twee items ontbraken, benoemde hij alles wat er wél stond. Zo kon hij achterhalen dat er nog een mes en een pak knäckebröd nodig waren om het af te maken.

©jvs

maandag 30 september 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 33

Bijkomende complicatie is dat ik te veel van hem houd. Zonder de liefde was mijn probleem in een oogwenk opgelost. Nu zucht ik maar wat voor me uit.

©jvs

woensdag 25 september 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 32

Vanmorgen waker geworden van een paar tanden in mijn bil. Pure verleiding die hij steeds minder kan weerstaan. Vooral als heviger wordende vermoeidheid hem influistert dat hij dat even moet. Zo is er weer een verrassende nieuwe dag begonnen.
©jvs

donderdag 19 september 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 31

Omdat het er groen uitzag, gebruikte hij een zakje prei voor de andijviesla. Geen spoor van de bladgroente in de kom. Die was niet meegegaan. Dat was nog eens vernieuwend.

©jvs

woensdag 18 september 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 30

Vannacht, terwijl ik sliep, zat ik met hem op de kruin van een duin, de wereld liep voor mij langs. Ze lag niet aan mijn voeten; ik kon ze niet dirigeren. Ik kon alleen maar zien wat langs mij kwam. Mensen liepen voorbij, met honden, zonder honden, met kinderen, zonder kinderen, alleen of met meerderen. In de zee dook een zeehond op, zijn kop net even boven een golf, voor hij weer wegdook. Zij hadden geen weet van mij. Ik wel van hun bestaan, kortstondig, oppervlakkig, zonder oordeel, zonder vooroordeel. Verschil viel weg.

©jvs

maandag 16 september 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 29

Alles is beeldvorming. Dat geldt ook voor het breed etaleren van een sportprestatie voor een goed doel. Beeldvorming, vooral als het daarbij blijft en de inhoud over het tapijt wegzweeft. Een enkeling die zich hieraan bezondigt, wil ik wel aan de oren trekken om met hem de vloer aan te vegen. Dat trotse ‘natuurlijk ga ik ervoor, natuurlijk doe ik mee’ blijkt een lege huls als de prestatiedrang slechts geldt om de beeldvorming. Wat blijft er van hem over als dezelfde mens wegrent zodra hetgeen hij met sportiviteit gretig ondersteunt, zich in de anonimiteit van zijn eigen omgeving voordoet. Een lege huls en een bange man. Schaamteloos bovendien. Wat een gemiste kans. En wat een medelijden voel ik.

©jvs