woensdag 27 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 44

Daar zag ik hem staan, op de Oude Gracht. Een oudere man, een tas boodschappen naast zich op de grond, kijkend naar de kruinen van de bomen. Hoe de bladeren geel kleurden en de wind er zachtjes tegenaan tikte. Een jongeman stapte op hem af met de woorden: “Hé Guus, hoe is het met je verdriet?”
“Ja, dat gaat nogal!”, kwam het antwoord zonder spoor van somberheid.
Daarna ging het gesprek over het weer; hoe goed dat nog was, hoe mooi de kleuren in het blad oplichtten.
Mooi gesprek daar op de gracht. Gewoon even ernaar vragen en dan weer verder leven, als of er toch iets aan de hand is. Erkenning in optima forma.

©jvs

zondag 24 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 43

In september (nr 29) schreef ik over beeldvorming. Vandaag las ik Montaigne’s essay over roem. Wat hij schrijft komt zo heerlijk overeen: “Wie de adel leert dapper te zijn uitsluitend om de eer, alsof een daad die niet geëerd wordt, niet moedig kan zijn, leert de edellieden toch alleen maar zichzelf nooit in de waagschaal te stellen als ze niet gezien worden, en er goed op te letten of er getuigen zijn die over hun prestatie kunnen berichten, terwijl zich talloos veel gelegenheden voordoen om goed te handelen zonder dat dit kan worden opgemerkt? [...]”
Mijn voeten beginnen worstel te schieten op de plek waar ik het meeste thuishoor.

©jvs

dinsdag 19 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 42

Ons huis hing vol briefjes die menig bezoeker uitnodigde tot hardop voorlezen. ‘Vergeet je sleutels niet.’ ‘Gas uit!’ ‘Bonnetjes.’ ‘Pillen slikken.’ ‘Sloffen.’ En meer van dat proza. De meeste handelingen zijn inmiddels aardig ingeslepen; ze gebeuren mits de dag in de juiste volgorde verloopt. De briefjes zijn verkleurd, verscheurd en weggegooid. Een bundeltje briefjes blijft halsstarrig op de keukentafel liggen. Voor het incidentele geval. Ze mogen nooit weg, hoe verstoft ze ook zijn. Ze zijn het enige hulpmiddel. Al het andere is uitgeprobeerd en als niet werkend verworpen. Ze doen me denken aan het begin, toen wij samen jong en springerig waren. Hij werkte overdag, ik ’s avonds. Bij gebrek aan myspace houd je er dan een briefjesrelatie op na. Mooi thuiskomen zo, met een liefdesverklaring op je keukentafel.

©jvs

woensdag 13 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 41

Er zijn weinig mannen die, als je ze vraagt waar ze hun portemonnee hebben gelegd, zullen antwoorden: “Bij het grofvuil.” Hij zegt het en ik word er erg vrolijk van.

©jvs

zondag 10 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 40

Wat doorraast is het ongrijpbare. Ernaar reiken is zoveel als proberen het onmogelijke mogelijk te maken in het besef dat het onzin is. Zonde van de tijd. Er vliegen al zo veel vogels, er dansen al zoveel muizen op tafel als de kat aan het wandelen is. Ernaar kijken is goed genoeg.

©jvs

dinsdag 5 november 2013

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 39

De zon streek laag over de snelweg toen we de brug passeerden. Zijn stralen vielen als een flikkerend licht tussen de spijlen van de boog in zijn ogen. Dat kwam bij hem binnen als een discolamp op knipperstand. Hij hield het stuur krampachtig beet en kneep zijn ogenleden samen. “Heb je er erg last van?”, vroeg ik.
“Ach”, zei hij, “ik rijd wel een stukje met mijn ogen dicht.”
Hij is altijd zo oplossingsgericht.

©jvs