zondag 19 januari 2014

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 48

Zojuist had hij nog een bord in zijn hand en nu is het weg. Hoewel? Weet hij wel zeker dat hij en bord vast had? Weet hij wel zeker dat het weg is? Hij begint te tellen en komt tot vijf. “Zie je wel, er is er een weg.”
Hij zoekt door en probeert te bedenken wat hij de afgelopen vijf minuten heeft gedaan. Alle kastdeurtjes gaan open en dicht, de koelkast wordt aan een inspectie onderworpen. Terwijl het belletje van de magnetron gaat, kijkt hij in het rond en telt nog een keer. Het signaal maakt dat hij de tel kwijt raakt. Opnieuw dan maar. Ondertussen krabt hij zich op zijn hoofd. Het raadsel houdt hem bezig. Hij gaat zijn gangen na vanaf de kast naar de tafel, de kamer in, terug naar de keuken, de trap op en af. Twijfel, twijfel, twijfel.
Dan opent hij het deurtje van de magnetron. Zijn boterhammen zijn ontdooid. Zijn bord is warm geworden.

©jvs