dinsdag 4 november 2014

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 77

Sonja Barend, de presentator die in haar programma’s de controverse niet schuwde, sprak afgelopen vrijdag bij Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door haar afschuw uit over de documentaire Eens wil ik er van af van Maarten Mourik; en ik was geschokt.
In de film was Mourik in gesprek met Adèle Bloemendaal, de vedette van het Nederlandse cabaret, vlak voordat ze door een zesde beroerte werd getroffen. De schaamte voorbij toonde Bloemendaal zich op en top mens, compleet met de beperkingen die de slagen haar hadden gebracht, een vrouw die de problemen van haar haperend hoofd had aanvaard en zich niet wenste te verstoppen om haar veranderd gedrag en voorkomen. Ze wist wat ze deed toen zij erin toestemde deze documentaire te maken.
Dit beeld raakte Sonja Barend enorm. “Adèle is voor mij een ster”, zei ze, “zo iemand die overrompelend was op haar gebied.” Het zien van de aftakeling maakte haar ‘treurig’.
“Ik vind dat je waardig oud moet worden en dat [...] je iemand hier toch vooral voor zal moeten behoeden. [...] Ik vind het beeld van haar niet mooi; dit aan het eind van haar carrière te zien, omdat ik haar wil onthouden zoals ze was. Ik vind het jammer dat we nu opgezadeld worden met deze laatste indruk.”
Sonja Barend op haar beurt schokte mij. Het was háár diepe emotie, een meest primaire reactie die zij hier als waarheid naar voren bracht zonder het besef dat zij daarmee wilde bepalen dat hier een norm zou zijn overschreden die in feite geen norm is; er was een diepgewortelde angst voor het onbekende voelbaar.
In mijn omgeving doe ik er alles aan om te tonen hoe mooi het leven kan zijn, zelfs als het hoofd niet meer functioneert zoals het zou moeten. Een uit onhandigheid stukgevallen kopje, een vreemd uitgesproken zin, een woede-uitbarsting, de paniek omdat een pincode een keer te vaak fout is ingetoetst; alles is aanleiding om leven tot kunst te verheffen, hoe moeilijk dat ook is.
Jaarlijks krijgen in Nederland 41.000 mensen een beroerte, van wie een vijfde binnen een jaar overlijdt. Dat betekent dat 32.800 mensen jaarlijks een beroerte overleven. Veel mensen houden hieraan beperkende gevolgen over, soms zichtbaar maar heel vaak ook onzichtbaar. Levens veranderen ingrijpend. Te ingrijpend veelal voor de sociale omgeving die moeite heeft te volgen en te snappen. De veranderingen kunnen verborgen zitten in onopvallende dingen. De verwachting van vrienden, naasten, is dan te hoog. Die willen niet zien, of kunnen niet zien, hebben angst voor de veranderingen, durven er niet over te praten, durven geen vragen te stellen, open en eerlijk en vervallen in ontkenning en verwijt. Afwijzing en ontkenning brengen onnodig pijnlijke situaties en isolement.
Bij Matthijs verviel Sonja Barend in een soortgelijke bijna voorspelbare reactie: angst voor deze vorm van aftakeling, afwijzing en dus ontkenning. Haar optreden doet geen goed voor al die mensen die volkomen bij hun verstand zijn maar zich wat ‘vreemd’ gedragen, vreemd praten, gekke zinnen bouwen, ineens uit hun slof schieten, plotseling gaan huilen, scheef lopen, een hangend oog hebben, van alles laten vallen of wat dan ook, omdat hun hersenen door letsel niet lekker functioneren. Moeten zij dan maar uit het straatbeeld verdwijnen? Ik zou zeggen: dit is ook leven; leer er maar mee omgaan en luister ook naar wat zij te vertellen hebben.
Had Adèle voor de goede smaak, voor het beeld van haar publiek, haar leven zoals het na die beroertes was geworden, dan maar moeten ontkennen? Voor het publiek had Adèle Bloemendaal had nog een prachtige boodschap. Toen Mourik haar vroeg welke indruk zij zou willen dat de mensen van haar hebben, antwoordde zij recht voor zijn raap: “Interesseert me geen reet. Interesseert me werkelijk geen reet.” Die attitude heeft haar staande gehouden.

© jvs