vrijdag 2 januari 2015

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe – 79

Ineens kom ik dan toch toe aan verwerken. Dat heeft veel om het lijf. Vooral de pijntjes en de lichamelijke ongemakken vallen op. Ook huilbuien verschijnen opnieuw op het toneel. Het is alsof er een scheidsrechter op een fluitje blaast waarna hele horden zoutwaterdruppels mijn wangen verwarmen. Ergens staat een kraan open die zich niet wil laten sluiten.
Op het Texelse strand, windkracht 8 schuin in de rug – een vale zon gluurt over de duinen – lopen wij; hij en ik met eigen gedachten. We genieten; zand, zeezout, tranenzout, de randen van mijn ogen rood. Achter hem aan bestijg ik de trap van Paal 19 Half voor en kop thee. Tegenover elkaar gezeten, de zon strijkend over de tafel, kijken hij en ik elkaar lang aan; de gevoelens gemengd. Verdriet en geluk, ja zelfs verliefdheid, kunnen prima samengaan. Laat dat gezegd zijn. Tegelijkertijd manifesteren zij zich aan mij; het verwart mij niet meer. We hoeven niets te zeggen; alleen maar kijken.
Een tafel verderop zit een gezin: man, vrouw en drie puberkinderen. Er wordt daar gezwegen.
Dat wil zeggen: de kinderen puberen hardop en gezellig. De andere twee zwijgen min of meer, of spreken tot elkaar via de kinderen. Totdat de stilte aan die tafel hartgrondig uitbreekt.
Tijd om er een glazige blik op te werpen. Die valt rechtstreeks in de ogen van de moeder. Zij heeft ons bekeken, heeft gezien dat er iets gaande was. Op haar beurt draait zij de blik snel naar het tafelblad, waarna ze het geheel van haar lichaam negentig graden wendt en achter de man langs door het raam over de zee begint te staren.
Zij heeft bij mij iets gelezen wat zij misschien niet in details heeft kunnen begrijpen. Een samengaan van emoties die mij het rijke leven uitdrukken. Nooit is iets eenduidig, nooit is iets zwart-wit. Zoals een schaterlach gehoord mag worden, zo hebben rouw, geluk en liefde het recht te verschijnen. En boosheid evenzeer. Waar nodig tegelijk.
Aan de andere tafel lijkt zij op zee te zoeken naar betekenis. Ze is de grote afwezige. Ik krijg het zowaar met haar te doen.

© jvs